Regering wil Raad voor de Kinderbescherming op de stoel van de rechter!

Aanval op de rechtsstaat
De regering werkt een plan uit om de rechter bij maatregelen van kinderbescherming voor een groot deel buiten spel te zetten en de Raad voor de Kinderbescherming meer macht te geven. Dat is niet minder dan een aanval op de rechtsstaat en het is extra verontrustend, dat de regering het aankondigt als een onbelangrijk ideetje, verstopt op pagina 53 van de toelichting op de Rijksbegroting 2017 voor Justitie en Veiligheid. Er staat, dat er wordt gewerkt aan een voorstel “waarbij de Raad voor de Kinderbescherming zelf een besluit kan nemen over het treffen van een jeugdbeschermingsmaatregel. Die besluiten zijn nu nog voorbehouden aan de rechter”. Let op de woorden ‘nu nog’.

Efficiënte en effectieve keten van kinderbescherming
De alinea waarin deze ballon wordt opgelaten gaat over de keten van de kinderbescherming. “Het kind centraal in een efficiëntere en effectievere jeugdbeschermingsketen. Bij de uitvoering van de jeugdbescherming zijn veel instellingen betrokken. Het is belangrijk mogelijkheden te onderzoeken om de keten waar mogelijk te verkorten”. Tot zover is er niets mis met de gedachtegang van het Ministerie. Inderdaad is de keten van kinderbescherming in Nederland te lang en te langzaam. Wanneer de gemeentelijke teams tot de conclusie komen, dat een kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, dan moeten ze dit melden bij Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming. Meestal gaat de zaak eerst naar Veilig Thuis en eventueel daarna naar de Raad. De Raad kan de rechter vragen een maatregel van kinderbescherming uit te spreken. Als de rechter een maatregel uitspreekt, gaat de zaak voor de uitvoering van die maatregel weer naar een andere instantie. De Nederlandse keten omvat dus 4 uitvoerende instanties, die geregeld zijn in 3 verschillende wetten en vallen onder 2 of 3 overheden. In vergelijking met andere landen is dat niet efficiënt en niet effectief. Bijna alle Westerse landen – Nederland en België uitgezonderd – hebben al deze taken belegd bij 1 ‘Jugendamt’ (Duitsland) of een soort gemeentelijke of regionale sociale dienst. De Nederlandse ‘keten’ kan inderdaad efficiënter en effectiever.

De uitvoerende macht en de rechter
De tekst van de begroting ontspoort bij de volgende zinnen: Op dit moment wordt een advies van de Raad tot een OTS in 90 tot 95% van de gevallen overgenomen door de rechter. In het uit te werken voorstel kunnen de ouders de rechter inschakelen wanneer zij het niet eens zijn met de beslissing van de Raad.” Vanuit het statistische gegeven, dat de rechter meestal het verzoek van de Raad inwilligt, stapt de uitvoerende macht (het Ministerie) moeiteloos door naar de conclusie, dat de rechter grotendeels overbodig is. Dat is een ontsporing, omdat de scheiding tussen de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht een basisregel is in onze rechtsstaat. Natuurlijk vindt de uitvoerende macht het efficiënter als zij de rechter opzij kan duwen, maar het is niet aan de uitvoerende macht om te bepalen of de rechter overbodig is. Als er discussie komt over de rol van de rechter, dan moet het ook gaan over de optie, dat de rechter op dit moment te weinig tegenwicht biedt of kan bieden tegen de uitvoerende instanties en dat dus de rol van de rechter juist moet worden versterkt.

Discussie over de keten is nodig, maar dan wel open
Er is discussie nodig over de keten van de kinderbescherming. Deze discussie moet gevoerd worden los van de gevestigde posities en belangen. We hebben een overstijgende benadering nodig. Het gaat over de bescherming van kinderen en over ingrijpen door de staat in het privéleven van ouders en kinderen. Dat is voor alle betrokkenen een fundamentele zaak. Het is iets anders dan een bekeuring die administratief wordt opgelegd, met de mogelijkheid van een beroep op de rechter. De manier waarop het ministerie van V&J met het idee komt om het ministerie van V&J meer macht te geven deugt van geen kant. Het is snel en sneaky voorsorteren om de eigen positie veilig te stellen voordat de discussie werkelijk begint. Het ministerie moet dit idee terugnemen en de regering moet de discussie open agenderen.

Verder praten?
Adri van Montfoort praat graag met u verder! Laat een bericht achter.

Categorie:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *