Maatregel 8: Integreer Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en Gecertificeerde Instelling

Adri van Montfoort, 3 juli 2018

De woorden in het beleidsverhaal
Eén van de doelen van de Jeugdwet is een betere samenwerking rond gezinnen door ‘ontschotten’. Een gezin zou met minder instanties en minder verschillende professionals te maken krijgen door het invoeren van ‘één gezin, ‘één plan’. Het nieuwe stelsel zou eenvoud brengen. Niet langer zou de jeugdzorg zijn ingericht als een lopende band waar telkens één handeling wordt verricht waarna het gezin wordt doorgeschoven naar het volgende stationnetje. Een professional en zo nodig een multidisciplinair team zou in één keer grondig ingaan op de vraag en de onderliggende problemen en dan zelf doen wat nodig is.

Waarom het nog niet werkt
Voor de jeugdbeschermingsketen – een relatief klein deel wat betreft het aantal jeugdigen, maar wel ernstige problemen – zijn deze doelen niet bereikt. Uit onderzoek in opdracht van de gemeenten in Midden- en West Brabant bleek, dat de doorlooptijd tussen een melding bij Veilig Thuis en de start van een gezinsvoogd in 2016 gemiddeld ruim 8 maanden was. Gemiddeld! Gemeenten, professionals, ouders en jeugdigen ervaren dit deel van het stelsel als onoverzichtelijk en dat klopt. In de Memorie van Toelichting van de Jeugdwet staan de doelen, maar deze doelen zijn niet vertaald in de wet zelf. Vóór 2015 bestond de keten van jeugdbescherming uit 2 organisaties, te weten het Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming. Nu zijn dit 4 organisaties: een gemeentelijke toegang, Veilig Thuis, de Raad en de Gecertificeerde Instelling. Vóór 2015 was dit geregeld in 2 wetten: de Wet op de Jeugdzorg en het Burgerlijk Wetboek (BW). Nu in 3 wetten: de Jeugdwet, de WMO (Veilig Thuis) en het BW. Vóór 2015 waren er 2 overheidslagen: het rijk en de provincie. Nu 3: het rijk, de gemeente en de regio.

Deze vier instanties staan steeds voor dezelfde vragen. Wordt dit kind ernstig bedreigd in zijn veiligheid of ontwikkeling? Welke mensen zijn verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging? Wie kan meedenken of meehelpen? Wat zijn de feiten ten aanzien van de bedreiging en de krachten? Hoe wegen we dit alles en welke acties moeten er worden genomen ter bescherming van het kind? Vaak zijn deze vragen uiterst moeilijk te beantwoorden. Alle krachten en alle kennis van de professionals, de gezinsleden en de omstanders bundelen zou logisch zijn. Maar elk van de vier organisaties moet een eigen plan maken en moet werken met eigen regels en een eigen taakomschrijving, op basis van eigen bevoegdheden. Voor iedere organisatie zijn ‘eigen’ controles van Inspectie, klachtencommissie en Keurmerk Instituut. Iedere organisatie is overbelast en in de huidige omstandigheden concurreren de organisaties om goede medewerkers. Gunstig is dit alleen voor de detacheringsbureaus.

Wat dan wel?
Samenvoegen van deze instanties is de logische conclusie. In vrijwel alle landen om ons heen is er één instantie die de publieke taak om kinderen te beschermen uitvoert. Meestal is het een instelling per gemeente of regio (Duitsland: Jugendamt per gemeente of per Kreis; Engeland: instelling per county) met een uitgewerkte wettelijke regeling voor de taken en bevoegdheden en voor de rechtsbescherming van de ouders en de jeugdigen.

Nu is het echter geen kleinigheid om van het huidige rijtje instellingen over te gaan naar een internationaal gezien gebruikelijk model. Nederland is in de jaren zeventig begonnen met een splitsing tussen de aanpak van kindermishandeling en de kinderbescherming. In de loop van een halve eeuw is die splitsing uitgebouwd in instituties met ook nog andere taken en in een uitgebreid spinnenweb van regels die weer andere instellingen in de keten raken. Een deel hiervan is nog maar net in de wet opgenomen. Veilig Thuis is vanaf 2015 nieuw opgezet.
Hier past de aanpak zoals is opgenomen in het Actieprogramma Zorg voor de Jeugd, actielijn 5. Regio’s die de keten in de praktijk willen verbeteren kunnen dit gaan doen met steun van de rijksoverheid. Pilots moeten leiden tot verhoging van de kwaliteit van onderzoek, oordeelsvorming en besluitvorming en tot minder schakels en een kortere doorlooptijd. Het rijk biedt daarbij experimenteerruimte. Ondertussen kan er worden nagedacht over verbeteringen in de wet. Aan het eind van de vernieuwingen in de regio’s kan dat leiden tot veranderingen in de wet. En hopelijk betekent verandering dan vereenvoudiging, want alleen dan komt er meer ruimte voor samenwerking met de gezinnen en voor (multidisciplinair) onderzoek en besluitvorming ter bescherming van kinderen.

Categorie:

10 reacties

  • jacco.groeneveld@gmail.com says:

    Doe de reclassering erbij. Kan er systeemgericht gewerkt worden.

  • Willemijn says:

    En hoe zorgen we dan dat we niet teruggaan naar aparte organisaties voor kinderen en volwassenen/ouderen als het gaat om zorgen tav veiligheid?

  • Bram van der Tas says:

    Wat ik mis is het samen optrekken met jeugdzorgorganisaties. In Haag landen hebben we effectieve trajecten die snel starten, waar bij een combi van jeugdbescherming en jeugdzorg (#jeugdformaat) prima werkt. Ook zijn er combinaties van veilig thuis en jeugdzorg, waarin bovenstaande punten voortvarend worden aangepakt.

  • Anoniem says:

    En dan ook het Steunpunt Huiselijk Geweld maar weer nieuw leven inblazen? Er lijkt in bovenstaand artikel niet nadachten te zijn over de brede taak die Veilig Thuis heeft.

  • marius van der Klei says:

    Ik zou willen dat we de ruimte krijgen om hier eens serieus naar te kijken. De gedachten is overigens in de jaren 90 ook al eens aan de orde geweest, maar politiek- en bestuurlijke moed ontbrak destijds.

  • Danielle says:

    Ten tijde dat het AMK bij Bureau jeugdzorg zat was er net zo goed een wachtlijst tussen het onderzoek van het AMK, vervolgens de wachtstapel van de RvdK en daaropvolgend de wachtlijst van de JB. Ook bij het intern overdragen binnen BJZ was er vaak een wachtlijst. Hiernaast is bovenstaand idee wederom alleen kindgericht en is de brede inzet van Veilig Thuis niet meegenomen.

  • Anoniem says:

    Het samenvoegen van instanties is een heel erg slecht idee. Niet zozeer vanwege eigen regels en bevoegdheden; daar moet een oplossing voor te vinden zijn. Alleen wanneer één organisatie de opvoedingssituatie onderzoekt, een verzoek tot bijvoorbeeld ondertoeszichtstelling doet en deze vervolgens zelf uitvoert, is het de slager die zijn eigen vlees keurt. Het kan allemaal eenvoudiger zodat het ook voor cliënten overzichtelijk blijft, maar het controleren van elkaar als ketenpartners is eveneens in het belang van het kind. Daarbij heeft de RvdK – zonder afbreuk te doen aan de deskundigheid van Veilig Thuis – meer kennis op juridisch gebied in combinatie met kennis op pedagogisch gebied. Tot slot moet aangegeven worden dat het takenpakket van de RvdK weliswaar het beschermen van kinderen als prioriteit heeft, maar de RvdK voert niet alleen onderzoeken uit op civiel gebied. Denk bijvoorbeeld aan het adviseren van de kinderrechter in strafzaken. Het combineren van de taken en bevoegdheden van instanties; geen goed idee.

  • Mariette Schep says:

    Samenwerking heeft uiteraard grote voorkeur. Binnen 1 nationale organisatie is nauwe samenwerking en directe afstemming op de noden van kind en gezin en de onderlinge taken van professionals beter mogelijk. Bovendien biedt 1 voordeur van waaruit alle handelingen van de hulpverlening aan de gezinnen kan plaatsvinden
    grote voordelen, gezinnen en andere hulpverlening hoeven zich slechts tot die voordeur te wenden. 1 Organisatie biedt ook veel duidelijkheid aan ouders
    met een lvb. Wel erken ik zoals hierboven beschreven, het gevaar van een monopolipositie. Dat zou mogelijk opgeheven kunnen worden door detachering van een deel van de autoriteit voor de jeugdzorg binnen de nationale organisatie. Zij controleren de werkprocessen en resultaten en leggen daarover verantwoording af aan de externe autoriteit. Wachtlijsten binnen de jeugdzorg zijn onaanvaardbaar. Mogelijk kan er een vorm ontwikkeld worden, waarin de nationale organisatie
    direct kan reageren op de aanwezige noden van het kind en het gezin. Dit vraagt waarschijnlijk wel om meer middelen, echter als kinderen uiteindelijk
    verantwoordelijk zijn voor onze toekomst, dan is het van uiterst belang juist daarin te investeren, zeker voor kinderen die bedreigd worden in hun veiligheid
    en ontwikkeling. Voor de toekomst is immers toekomstperspectief noodzakelijk.

  • M Houben says:

    Graag eens vertrouwen en niet altijd dat wantrouwe. De ene instantie dikt het nog wat aan ten opzichte van de ander. De ene diagnose wordt op de andere gestapeld. Is diegene wel bevoegd om die diagnose te stellen?? maar het zijn wel Vertrouwde informanten!! Zonder dat met cliënten hierover gesproken wordt stapeld men wel. Zou u het zo prettig vinden als het over u ging? Ik dacht het niet doe dit dan ook niet bij een ander!

  • Ik ben het helemaal eens met deze visie. Goed geschreven en ontzettend belangrijk dat hier over gepraat wordt. Ik heb bij alle afdelingen die genoemd zijn gewerkt en werk sinds enkele jaren veel in het buitenland in Jeugdzorg organisaties.
    Mijn beleving is dat we in Nederland de kwaliteitsslag gaan missen omdat we zo versnipperd zijn. Het is noodzakelijk dat hier iets aan veranderd om de kosten van de jeugdzorg in de hand te houden. Ik zie in veel andere landen dat het makkelijker is om een verbetering vast te houden, simpelweg omdat het niet over zoveel schijven hoeft te gaan.
    Ik zie meerdere mogelijkheden voor het integreren van de verschillende taken en bevoegdheden, hoe zouden we hier verder over na kunnen denken?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *