Maatregel 7: Halveer het aantal meldingen bij Veilig Thuis

Adri van Montfoort, 26 juni 2018

Van vertrouwensarts naar centrale organisatie
In de jaren zeventig koos Nederland voor een aanpak van kindermishandeling in de eigen omgeving, behalve voor ernstige lichamelijke mishandeling. Artsen en andere hulpverleners konden in vertrouwen een gespecialiseerde arts vragen om advies over hoe het kind kon worden beschermd met behoud van de bestaande hulprelaties.

Deze keuze werd gemaakt, omdat Nederland niet het Angelsaksische systeem van melden wilde overnemen. Een dergelijk systeem gebruikt een groot deel van het budget, de menskracht en de deskundigheid, die dan niet rechtstreeks voor hulp aan gezinnen kan worden ingezet. Het versterkt het mechanisme dat mensen rond het gezin melden in plaats van zelf iets doen. Veel meldingen zijn onduidelijk en opvoedingssituaties zijn vaak multi-interpretabel; mensen en organisaties dichtbij kunnen daar beter op inspelen dan een centrale meldpost. Ernstige voorvallen kunnen altijd gemeld worden bij de Raad voor de Kinderbescherming of bij de politie.

Een halve eeuw later is de Nederlandse aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling verschoven van de eigen omgeving naar de centrale meldorganisatie Veilig Thuis. Jaarlijks komen er vele tienduizenden meldingen. De Veilig Thuis organisaties groeien in personeel en in geld, maar ze kunnen de stroom meldingen nauwelijks verwerken. Er ontstaan wachtlijsten en Veilig Thuis kan niet anders dan meer dan de helft van alles wat er binnenkomt na een korte triage sluiten of naar het wijkteam sturen. Menskracht, tijd en geld die worden besteed aan Veilig Thuis kunnen niet worden besteed aan hulp aan het gezin, want het verlenen van hulp behoort niet tot de taak van Veilig Thuis.

De centrale plaats van Veilig Thuis is afgedwongen door de Tweede Kamer. Het ‘aanscherpen van de meldcode’ zal leiden tot nog meer meldingen, meer registratie en meer toezicht. De Kamer verwacht, dat Veilig Thuis voor alle gemelde kinderen ‘zicht op veiligheid’ heeft. Het beleid is gebaseerd op de illusie dat een meldpost een soort alziend oog is. Dat kan geen enkele instantie waarmaken en het staat ver van de dagelijkse realiteit van de gezinnen, de melders en de professionals. Het staat haaks op de doelen van de Jeugdwet. Je kunt niet ‘normaliseren’ en hulp in de eigen omgeving prediken en alle zorgelijke situaties en vermoedens naar een centrale meldorganisatie zenden.

Hoe kan het beter?
De wettelijke definities van huiselijk geweld en kindermishandeling moeten voor wat betreft het melden worden ingeperkt. Voorop staat hulp en steun in de eigen omgeving met de regels van de gewone vrijwillige hulpverlening. De aanscherping van de meldcode is een verkapte registratieplicht en moet geschrapt worden.

De deskundigheid in de lokale teams moet verder worden verhoogd, inclusief het leren werken met situaties die morele dilemma’s opleveren voor de professional. Daarvoor heeft de professional een achterwacht nodig. In het team, in een expertteam, of bij Veilig Thuis in de oorspronkelijke rol van vertrouwenspersoon en raadgever.

Voor ernstige situaties waar veiligheid niet met vrijwillige hulp en steun kan worden gerealiseerd blijft melden bij Veilig Thuis een mogelijkheid, naast een directe melding bij de Raad voor de Kinderbescherming of het inschakelen van de politie. Veilig Thuis (of een integrale organisatie, zie de blog van volgende week) heeft dan meer tijd om direct met de gezinnen (of huishoudens) te werken en kan zich toeleggen op grondig multidisciplinair onderzoek en op interventies waar deskundigheid samenkomt vanuit medische, psychische, sociale en juridische domeinen.

De politie kan meer doen aan het zelf afhandelen van signalen die uit de geüniformeerde dienst komen. Die signalen hoeven niet massaal naar Veilig Thuis te gaan. Veel kan direct naar de wijkagent. De wijkagent is een monitor ter plaatse en dat werkt vaak beter dan een ‘radarfunctie’ op afstand.

Categorie:

8 reacties

  • Rudy Bonnet says:

    Helemaal mee eens! Op 3 maart 2016 schreef ik dat melden niet de belangrijkste stap van de meldcode is: https://www.stade-advies.nl/wp-content/uploads/2017/01/Kindermishandeling-Binnenlands-Bestuur.pdf

    Rudy Bonnet
    Auteur kleine gids kindermishandeling

  • mee eens: de criteria zijn veel te ruim, het wonen in een slechte wijk is al bijna voldoende!
    Direct melden bij de Raad wordt tegenwoordig verhinderd uit bezuinigingsoverwegingen.
    En werken met kinderen, zeker op het grensvlak tussen vrijwillig en drang of dwang wordt schromelijk onderschat. De deskundigheid van VT en wijkteams schiet hierin tekort, waarbij wachtlijsten, te hoge werkdruk en administratieve overbelasting de zaak in een aantal regio’s (bv Alkmaar) volledig vast laten lopen.

  • Peter says:

    Mooie blog Adri,
    Ik verheug me op die over de integrale organisatie.
    Hartelijke groet,
    Peter van der Linden

  • Bernie Schreurs says:

    Helemaal mee eens! Op alle fronten in de (jeugd) hulpverlening is er een verschuiving naar registreren / melden in plaats van daadwerkelijk hulpbieden.

  • Henk Krooi says:

    Eens! Dit blog is een mooie opmaat naar de aangekondigde. Na een periode van gefaseerde aandacht voor aspecten van de aanpak van kindermishandeling en centralisatie na de afschaffing van de Colleges van burgers bij de Raad voor de Kinderbescherming, wordt het tijd het weer dichtbij de inwoners te brengen, aansluitend op de gedecentraliseerde verantwoordelijkheid van het College van B&W voor veilig en gezond opgroeien van kinderen, zodat jeugdbescherming en kinderrechtspraak weer “volkszaak” wordt; er prioriteit aan hulp bieden gegeven wordt. Met behoud van het goede aan kwaliteit van gespecialiseerde professionals die bij GI, VT en RvdK werken! Time for a change!

  • Jacko says:

    95% van alle Veilig Thuis meldingen komen van de politie. De wijkteams missen de weggevallen rol van AMK en crisisdienst en ook advies en ondersteuning. In deze zin is Veilig Thuis een heroverweging waard.

  • Trudy Raymakers says:

    Herkenbaar. Ik heb uit eigen ervaringen van de afgelopen jaren wel vraagtekens bij de mogelijkheden van aanpak voor deel van gezinnen. We lopen als sociaal team in kleinere maar qua problematiek grootstedelijke gemeente vast bij gezinnen die problemen ontkennen, buiten zichzelf leggen, hulp systematisch weigeren of bij ieder moeilijk gesprek een klacht neerleggen.

    • Peter Tuin says:

      Trudy, die ‘weerstand’, of ik spreek liever van ‘aarzeling’, herken ik. Deels zijn het gezinnen met complexe problematiek die soms moeilijk te bereiken zijn, vraagt een andere houding van de hulpverlener, maar lukt zeker niet altijd. Deels komt deze ‘weerstand’ juist door hoe het systeem werkt. Mensen worden bang voor instanties, en dat vind ik helemaal niet zo gek als je voortdurend het gevoel krijgt dat je wordt beoordeeld, bedreigd en niet gehoord. Mijn ervaringen met ‘dit soort gezinnen’ zijn dat vaak, wanneer je echt de moeite en tijd neemt om ze te leren kennen en er een vertrouwensband kan ontstaan, ze je wel gaan toelaten. Maar dat kost tijd en de wil om je eigen agenda los te laten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *