Maatregel 6: Niet praten over vroegsignalering, maar doen

Paul van der Velpen, 19 juni 2018

De woorden in het beleidsverhaal
In het beleidsverhaal wordt vaak gezegd dat vroegsignalering belangrijk is. Vroegsignalering is het zo vroeg mogelijk signaleren van opgroei- en opvoedproblemen, zodat ingegrepen kan worden als het probleem nog in een vroeg stadium is. Dit kan om relatief kleine problemen gaan, maar ook om psychische problemen en leer- en gedragsstoornissen.

Waarom werkt het niet?
Omdat het niet geoperationaliseerd wordt. Hooguit worden vrijwilligers en professionals opgeroepen hun oren en ogen de kost te geven, en tijdig op te treden. Maar dat is onvoldoende. We kunnen pas effect van vroegsignalering verwachten als we het systematisch aanpakken: grote groepen kinderen, jongeren proactief benaderen, en niet wachten totdat ze klachten hebben. Geld investeren in de screening van mensen vóór ze klachten hebben. En voor de mensen die zorg nodig blijken te hebben moet er voldoende aanbod zijn. Anders heeft die screening geen zin. Wat heet, dan is het zelfs verboden.

Wat dan wel? Maatregelen
Ik stel voor: we gaan vroegsignalering systematisch aanpakken of we schrappen de term in het beleidsverhaal. We zijn toe aan concrete maatregelen. Proactief op zoek naar risicogroepen. Daarbij zijn met name de gemeenten aan zet. Gemeenten kunnen de screeningswerkwijze, zoals wordt gebruikt bij diverse bevolkingsonderzoeken (hielprik, darmkanker, borstkanker, baarmoederhalskanker) ook in het sociaal domein gebruiken.

Neem het gegeven dat 75% van de psychische problematiek (conform de DSM-4, dus o.a. depressie, angst-en stemmingsstoornissen etc.) start en/of zichtbaar wordt tussen het 12e en 24e levensjaar. Er zijn methoden beschikbaar om proactief jongeren met een verhoogd risico op psychische problemen op te sporen. Bij de inzet van Jij en je gezondheid vullen leerlingen in de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs voorafgaande aan het contactmoment met de jeugdarts of jeugdverpleegkundige een digitale vragenlijst in. Na het invullen van de vragenlijst ontvangen zij op basis van hun antwoorden direct een gezondheidsprofiel met adviezen over hun gezondheid en leefsituatie. Dit geeft de jongeren de mogelijkheid om ook zelf aan de slag te gaan.

De jeugdarts of jeugdverpleegkundige bekijkt eveneens de uitslagen van de vragenlijst en ziet door het stoplichtsysteem (rood-oranje-groen) in één oogopslag wat de sterke kanten zijn van de jongere en waar eventueel ondersteuning gewenst is. Indien nodig wordt de jongere uitgenodigd voor een gesprek. Als er nog vragen zijn over de aard of de ernst van problemen kan de jeugdarts of jeugdverpleegkundige digitale instrumenten inzetten voor nader onderzoek en ervoor zorgen dat de juiste jongeren bij de juiste zorg terecht komen. Indien nodig kan een jongere worden besproken in het zorgadviesteam van de school. Jongeren met lichte psychische problemen kunnen effectief geholpen worden met het programma VRIENDEN.

Naast de individuele profielen, levert Jij en je gezondheid schoolgezondheidsprofielen op basis van geanonimiseerde groepsgegevens. Dit biedt scholen richting bij een planmatige gezondheidsbevordering met als doel gezonde leerlingen in een fysiek, sociaal en emotioneel gezond schoolklimaat.

Een gemeente zou zich als doel kunnen stellen: over 4 jaar wordt de helft van jongeren met psychische problemen tijdig gevonden en toegeleid naar passend aanbod.

Het is ook mogelijk om als gemeente de lat iets lager te leggen, en toch systematisch bezig te zijn met vroegsignalering. Er zijn 577.000 kinderen van ouders met psychische problemen (KOPP). Ze hebben een (sterk) verhoogd risico hebben op dergelijke problemen. KOPP-groepen blijken een passend aanbod te zijn. Jaarlijks worden er 2500-5000 kinderen bereikt.

Het inzetten van effectieve programma’s in het onderwijs gericht op sociaal-emotionele ontwikkeling, en screeningsprogramma’s als Jij en je gezondheid kunnen op termijn de druk op de wachtlijsten van de (jeugd-)GGZ verminderen. Maar dan moeten gemeenten én zorgverzekeraars wel zorgen dat er voldoende aanbod is waar de jongeren met verhoogd risico naar toegeleid kunnen worden. Want uiteraard mag deze werkwijze alleen ingezet worden als er sprake is van een sluitende route. Niet alleen bepaalde jongeren er tijdig uit plukken, maar ook goede toeleiding naar passend aanbod. En dat aanbod moet er ook zijn.

Natuurlijk is daarmee niet alle ernstige psychische problematiek te voorkomen, maar er is meer preventie mogelijk door systematische vroegsignalering dan op dit moment wordt gedaan.

Categorie:

1 reactie

  • jos rietveld says:

    Prima voorstel, Adri. Maar hier is wel, zoals vaker, de preventieparadox van toepassing: naarmate je meer investeert in preventie, vind je meer problemen/risico’s en zal de toeloop op de hulpverlening eerst groeien (zoals nu ook aan de orde is).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *