Maatregel 3: Hulp op maat in plaats van één-gezin-één plan

Adri van Montfoort, 29 mei 2018

De woorden in het beleidsverhaal
Het doel van de Jeugdwet volgens de Memorie van Toelichting luidt: ‘betere samenwerking rond gezinnen: 1-gezin, 1-plan, 1-regisseur, onder andere door ontschotting van budgetten.’ De gedachte is goed. Wanneer een gezin hulp nodig heeft op verschillende terreinen moeten de budgetten als één geheel worden bezien. Met de Jeugdwet is er één budget voor Jeugd & Opvoedhulp en GGZ-jeugd.

Waarom het niet werkt
Het probleem is de manier waarop het is geoperationaliseerd. Veel gemeenten hebben de gedachte vertaald in een format. Dat klinkt handig, maar het betekent dat de beroepskrachten worden gedwongen het verslag van hun gesprekken met de cliënten in dat format te plaatsen. Alleen al het opleggen van een format door de gemeente aan beroepskrachten is een aanslag op professionele hulpverlening. Het staat haaks op het idee van ruimte voor de professional. Het hindert de beroepskracht om op maat van deze inwoner en dit gezin te werken. En het kost veel tijd die de beroepskracht niet kan besteden aan het gezin.

Maar daar blijft het niet bij. Wanneer een gezin te maken krijgt met verschillende instanties in de jeugdketen, dan is er voor iedere schakel een ander gedwongen format. Het wijkteam heeft een format. Veilig Thuis werkt met een veiligheidsplan en een herstelplan. De Raad voor de Kinderbescherming heeft een onderzoeksplan. De Gecertificeerde Instelling heeft een hulpverleningsplan. En de aanbieder heeft een eigen hulpverleningsplan. De school heeft eigen plannen. Als een gezin te maken heeft met verschillende gemeenten, bijvoorbeeld na scheiding, dan zijn de formats per gemeente ook nog verschillend.

1 Gezin, 1 plan en ‘1 regie’ zijn loze kreten, omdat alle instanties hun eigen taken en bevoegdheden hebben behouden. Opvoeden en opgroeien gaat over het hele leven en daar is geen format voor. Het is onmogelijk om alle macht bij één regisseur te leggen voor alles wat de jeugd kan raken, want alle beleid is jeugdbeleid.

Wat dan wel?
In plaats van een format, 1 regie of welke standaard dan ook, moet dienstverlening op maat voorop gezet worden. De beroepskrachten moeten geschoold zijn in vraagverkenning. Goede vraagverkenning gebeurt niet vanuit een format en niet vanuit standaard risicotaxatie. Het gebeurt vanuit professionele interesse, kennis en vaardigheden. Als de vraag eenvoudig kan worden beantwoord, gaat de beroepskracht geen onderzoek doen naar de gehele leefsituatie. Kampt de inwoner met vragen op verschillende gebieden, dan vraagt de beroepskracht of de inwoner met andere instanties te maken heeft. Zo ja, is dat een probleem voor deze inwoner? Zo ja, wat kan de inwoner zelf doen en wat kan de beroepskracht doen?

Een goede beroepskracht werkt uiteraard wel doelgericht en planmatig. Samen met de inwoner formuleert de beroepskracht doelen vanuit de hulpvraag. De beroepskracht maakt afspraken over wat zij gaat doen, wanneer dat gebeurt en hoe ze samen met de inwoner kijkt of de doelen bereikt worden. Dat klinkt simpel, maar om dat op maat goed en helder te doen is de kern van het vak.
De gemeente kan bijdragen door in voorkomende gevallen de barrières te slechten binnen de gemeente en tussen diverse instanties. Ook hier: op maat voor deze inwoner. Dan mag de gemeente zeggen: we voegen het voor u samen tot één plan. Ik denk, dat dit voor minder dan 20% van alle hulpvragers in de Jeugdwet relevant is.

 

VanMontfoort geeft advies op het gebied van implementatie van het jeugdzorgbeleid bij gemeenten. De trainingen Resultaatgericht Inkopen en Complexe scheidingen sluiten hier goed op aan. Neem contact op voor meer informatie.

Categorie:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *