Het woud van klacht-, tucht- en toezichtinstanties: één klacht, één procedure!

Kritiek ouders op gedragsdeskundige
Een gedragsdeskundige in de jeugdbescherming adviseert de plaatsing van een kind in het pleeggezin te verlengen. De ouders van het kind hebben kritiek op het advies. Bij de kinderrechter vechten ze het advies aan. Daarnaast gaan ze klachten indienen tegen de gedragsdeskundige. Dat is hun goed recht. Klacht- en tuchtrecht is essentieel voor de positie van de cliënt en voor de kwaliteitsbewaking in de (jeugd)zorg. Maar er zijn nu zoveel procedures en instanties, dat dringend saneren of beperken nodig is.

Zeven procedures
De gedragsdeskundige in het voorbeeld is lid van de beroepsvereniging van pedagogen (NVO) en van de vereniging van psychologen (NIP). Tevens is ze geregistreerd als GZ-psycholoog en daardoor valt ze onder het tuchtrecht van de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG). De ouders dienen een klacht in bij de klachtcommissie van de instelling waar de gedragsdeskundige werkt (1). Ze starten een tuchtrechtelijke procedure bij de NVO (2), een bij het NIP (3) en een bij de BIG tuchtrechter (4). Zij dienen een klacht in bij de Kinderombudsman (5) en bij de Inspectie Jeugdzorg (6). Tevens dienen ze een klacht in bij de gemeentelijke Ombudsman, het College van B&W, de commissie Beroep- en Bezwaarschriften (vanwege de verleningsbeschikking pleegzorg) en de gemeenteraad. De acties bij de gemeente vat ik samen onder nummer 7. De ouders laten weten, dat ze in een later stadium een procedure zullen voeren bij de civiele rechter om schadevergoeding te verkrijgen.

Twee jaar verdedigen
Al deze procedures kunnen naast elkaar gevoerd worden en bij sommige procedures is nog hoger beroep mogelijk. Er zijn wel enkele nuances. Het NIP brengt de tuchtrechtspraak in het jeugddomein onder bij de SKJ, anders zou er ook nog een tuchtprocedure bij het SKJ bijkomen. De Kinderombudsman ziet zichzelf als een ‘2e lijns klachtorganisatie’, die wacht tot de andere procedures gevoerd zijn. Er zijn verschillen tussen klachtprocedures (over het handelen van een vertegenwoordiger van een organisatie) en tuchtprocedures (over het handelen van de beroepsbeoefenaar). Maar in de kern gaan alle procedures in het voorbeeld over hetzelfde advies van de gedragsdeskundige. Een procedure levert doorgaans een forse stress op voor een beroepsbeoefenaar. Alles bij elkaar moet de gedragsdeskundige pakweg 2 jaar een flink deel van haar tijd en energie besteden aan de verdediging in alle procedures. Die tijd en energie kan ze niet besteden aan haar eigenlijke werk.

Saneren of beperken
De afgelopen twintig jaar is het aantal klacht- en tuchtprocedures sterk gegroeid. Iedere vorm van toezicht, verantwoording en controle wordt gepresenteerd als kwaliteitsverbetering en iedere commissie en ieder instituut heeft een eigen, unieke plaats en functie. Maar overdaad schaadt. Er zijn te veel procedures en de nuttige functie van externe toetsing wordt overschaduwd door het woud van instanties en procedures. Het is dringend nodig, dat hierop een bezinning komt. Het is mooi als er incidenteel ergens iets vereenvoudigd wordt, maar ik denk, dat er een radicalere verandering nodig is.
Het beste zou zijn om alle klacht- en tuchtprocedures te bundelen in één instantie, maar dat zal in Nederland niet lukken. Als er in Nederland besloten wordt om één Centrale Instantie in te stellen, dan blijven doorgaans alle oude instanties gewoon bestaan en is het uiteindelijke effect, dat er nog een Centrum bijkomt.
Dan maar de regel invoeren, dat een beroepsbeoefenaar nooit bij meer dan één instantie verantwoording hoeft af te leggen over hetzelfde feit, met één mogelijkheid van hoger beroep. Wordt er ergens een klacht in behandeling genomen, dan mogen alle andere instanties – inclusief inspecties en ombudsmannen – geen klacht meer over hetzelfde feit in behandeling nemen. Waar moet de druk in deze richting vandaan komen? Misschien dat er eens onderzocht kan worden wat de kosten zijn van het gehele bouwwerk van klacht-, tucht- en toezichtinstanties. Daarnaast moet de druk komen van de beroepsbeoefenaren. Zij kunnen zeggen: uiteraard willen we ons als professional toetsbaar opstellen, maar niet zeven keer voor hetzelfde. Eén feit, één klacht, één procedure!

Verder praten?
Adri van Montfoort praat graag met u verder! Laat een bericht achter.

Categorie:

1 reactie

  • Anje van Anken says:

    In dit advies kan ik me helemaal vinden: niet meer dan een klachteninstantie en een hoger beroep.
    Het overige werk wordt al belemmerd door alle tijd en energie dat het kost om een advies of handeling te moeten verdedigen.
    Via welke weg kan dit aangekaart worden?
    Via de politieke partijen vermoed ik, toch?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *