Hebben we nog een beetje plezier in ons werk?

Sijko Wierenga, 18 februari 2019

Stel, je bent net afgestudeerd bij een HBO, sector Jeugd. Je gaat aan de slag als jeugdwerker bij een gemeente, als leraar op een basisschool of als jeugdbeschermer bij Veilig Thuis. Dan is de kans groot dat je er al snel de brui aan geeft. Onderzoek naar uitstroom uit deze sector laten een onthutsend beeld zien: tot 26% van de leraren in het basisonderwijs is na één jaar vertrokken. 70% van de jeugdzorgwerkers stopt met dit werk binnen 5 jaar.

Onderzoek werkplezier

Een HBO-instelling die haar maatschappelijke impact serieus neemt, kan hier niet mee leven. Dit geldt ieder geval voor Hogeschool Leiden. Nico van Tol, tot begin 2018 directeur van de sector Jeugd van deze instelling, vroeg VanMontfoort om te onderzoeken wat wel en niet bijdraagt aan werkplezier in de beroepsdomeinen waarnaar de studenten uitstromen. Met de resultaten wilde hij studenten beter voorbereiden op de latere beroepspraktijk. Het ging daarbij niet zozeer om de vraag of het werk op zich bevredigend is en aansluit op de verwachting. Het ging meer om het raakvlak tussen de professionals en de organisaties waar zij in dienst zijn. De vraag stond centraal welke bijdrage de organisatie levert aan behoud of verlies van werkplezier.

Het onderzoek heeft geleid tot de publicatie ‘Hoe werkt het voor mij?’. Onderdeel van het onderzoek was het interviewen van in totaal twintig professionals. Veel van de geïnterviewden bleken te ‘lijden’ aan de organisatie: een teveel aan procedures, controles en administratieve taken; leidinggevenden die te ver van de werkpraktijk afstaan en in termen van producten en klanten denken; professionals die zich alleen gelaten voelen en hun werk niet kunnen doen op de manier die zij belangrijk vinden voor de jeugdigen die ze onder hun hoede hebben. Het valt goed te begrijpen dat je het voor gezien houdt en je oriënteert op een overstap naar een andere organisatie.

Professionals in jeugdhulp en onderwijs

Een enkele keer spraken we professionals die niet aan hun organisatie lijden, omdat de organisatie hen wél steunt en wél de vrijheid geeft het werk zelf vorm te geven. Fantastisch dat er zulke organisaties zijn. Vaker spraken we professionals die hun werk met plezier doen, ondanks een falende organisatie. Zij hebben een vorm van weerbaarheid, van veerkracht ontwikkeld.

Hoe doe je dat, weerbaar zijn tegen een falende organisatie? Het onderzoek geeft een paar kenmerken van een weerbare professional: het is iemand die zijn autonomie koestert en actief verdedigt. Iemand die de grens opzoekt van wat de organisatie daarin nog accepteert. Iemand die het lef heeft om af en toe over de grens te gaan.

Het is ook iemand die kracht zoekt bij collega’s om samen ‘nee’ te zeggen, bijvoorbeeld tegen een te hoge werkdruk, een teveel aan administratie of een van bovenaf opgelegd rooster.

Het is ook iemand die zijn eigen professionele norm kan relativeren en die snapt dat je soms op je handen moet zitten. Iemand die de verantwoordelijkheid bij jeugdige en/of gezin kan laten en niet teveel aapjes op de schouders neemt.

De tragiek van deze bevindingen is dat veel professionals in dit domein weerbaarheid pas kunnen leren als ze de last van een falende organisatie daadwerkelijk ervaren; dus als ze al in zo’n organisatie werken. Voor velen is dit te laat en zij zoeken daarom hun heil elders. Ons advies aan solliciterende starters en overigens aan alle sollicitanten is dan ook: onderzoek of je toekomstige collega’s weerbaar zijn. En probeer van hen te leren en bij hen aan te sluiten als je in de problemen komt.

Lees hier het hele artikel

 

Tags : , , , , ,

Categorie:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *