Concurrentie in de jeugdbescherming?

Gemeenten zoeken nieuwe aanbieders
De gemeenten in de regio Eindhoven gaan vanaf 2017 een deel van de jeugdbescherming inkopen bij een nieuwe aanbieder. Hetzelfde gebeurt in de regio Arnhem. Deze gemeenten willen een alternatief voor het (voormalige) Bureau Jeugdzorg, of ze willen dat de jeugdbescherming door verschillende organisaties in concurrentie wordt uitgevoerd.

Terug in de tijd
In 1985 werd ik unithoofd bij de Raad voor de Kinderbescherming in Rotterdam. Tot mijn verbazing kwamen er wel vijf of zes directeuren van (gezins)voogdij- instellingen hun opwachting bij mij maken. Het leek wel alsof ze op audiëntie kwamen. Al snel begreep ik, dat er hevige concurrentie was tussen de instellingen. De Raad adviseerde de rechter aan welke instelling een nieuwe ondertoezichtstelling of voogdij het best kon worden toegewezen. Als alle unithoofden van de Raad zouden besluiten niet meer te adviseren om Pro Juventute of Tot Steun te benoemen, dan zou die instelling op de fles gaan. Het vreemde van deze concurrentie was, dat de Raad destijds helemaal niet kon beoordelen welke instelling goed werk deed, want na de uitspraak van de rechter had de Raad geen bemoeienis meer met het gezin. De toetsende taak van de Raad bestond wel op papier, maar werd niet uitgevoerd.

Naar het monopolie van Bureau Jeugdzorg
Destijds was er veel maatschappelijke kritiek op de versnippering in de kinderbescherming. Het was nog erger geweest: in 1970 waren er enkele honderden instellingen voor gezinsvoogdij of voogdij, verdeeld over de verschillende geloofsovertuigingen. Daarna kwam er schaalvergroting en dat ging door in de jaren 90. Langzaam maar zeker won het idee terrein, dat het uitvoeren van maatregelen die de rechter heeft opgelegd een publieke taak is en toen in 2005 de Wet op de jeugdzorg werd ingevoerd, kreeg het Bureau Jeugdzorg een wettelijk monopolie op het uitvoeren van maatregelen van kinderbescherming en van jeugdreclassering. Natuurlijk was het monopolie niet volledig, dat zou voor Nederland wel erg overzichtelijk zijn. Er waren vier landelijk werkende instellingen, die samen 20 tot 25% van alle maatregelen uitvoerden, maar officieel deden ze dat gemandateerd door het Bureau Jeugdzorg. Er was veertig jaar gewerkt om te komen tot eenheid in de jeugdbescherming en in 2005 was het zover.

En nu weer een beetje marktwerking
Precies tien jaar later heeft de wetgever die eenheid weer opgeheven. Vanaf 2015 kent de wet geen Bureau Jeugdzorg meer. De Jeugdwet laat het over aan de gemeenten bij welke organisatie zij de uitvoering van de jeugdbescherming inkopen. Maar uiteraard is ook dat niet zo simpel: alleen een Gecertificeerde Instelling (GI) mag de maatregelen uitvoeren. Jeugdbescherming Regio Amsterdam heeft samen met een welzijnsinstelling nu de concurrentie ingezet in de regio’s Eindhoven en Arnhem. Andere organisaties bereiden zich voor om de markt van de jeugdbescherming te betreden.

Jeugdbescherming is publieke taak
In de politieke discussie over marktwerking neem ik een middenpositie in. Ik denk, dat de markt niet alles oplost en ik denk, dat de overheid ook niet alles oplost. Maar als er één terrein is, dat bij de overheid hoort, dan is het de jeugdbescherming. In vrijwel alle Westerse landen wordt de ‘kinderbescherming’ gezien als een overheidstaak. Vaak wordt het uitgevoerd door een decentrale overheid binnen een landelijk kader. Zelfs in de Verenigde Staten en de andere Angelsaksische landen, waar het vertrouwen in de markt hoog is, vindt men kinderbescherming een taak van de overheid en zou men concurrentie tussen jeugdbeschermers een vreemd idee vinden. Concurrentie in de jeugdbescherming werkte vroeger in ons land niet goed. De voormalige Bureaus Jeugdzorg zijn door de stelselwijziging in drie of meer stukken gehakt en het aantal maatregelen van kinderbescherming daalt. Het is zeer de vraag of alle jeugdbeschermingsinstellingen de komende jaren het hoofd boven water kunnen houden. Ze moeten alle zeilen bijzetten om goede kwaliteit te blijven leveren. Het is niet verstandig om in deze situatie te beginnen met verdere versnippering door als gemeenten concurrentie te gaan introduceren. Beter zou het zijn als gemeenten verder gaan samenwerken om de stabiliteit en de kwaliteit van onze jeugdbescherming te waarborgen.

Verder praten?
Adri van Montfoort praat graag met u verder! Laat een bericht achter.

Categorie:

1 reactie

  • Gerdine Gouw says:

    Goedemorgen, wat een interessante artikelen. Wij hebben op positieve wijze samengewerkt met bureau jeugdzorg Zeeland van 2011 – 2013 en ipt van juvent.
    In 2015 tot heden hebben geheel andere (zeer negatieve) ervaringen opgedaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *