Baby overlijdt. Moeder verdacht. Nieuwe baby uithuisplaatsen?

De rechtszaak
Een baby van 9 maanden overlijdt en de moeder en haar vriend worden verdacht van betrokkenheid bij de dood van het kind. De moeder verlaat haar vriend en wordt daarna opnieuw zwanger van een andere man. De rechter stelt de nog ongeboren baby onder toezicht. De jeugdbescherming vraagt een machtiging uithuisplaatsing, maar die wordt door de rechter, ook in hoger beroep, afgewezen.

Langdurig onzeker
Op het eerste gezicht is er sterk bewijs, dat het kind door geweld om het leven is gekomen. Er is sectie verricht en de conclusie van het sectierapport luidt, dat het kind is overleden ‘als gevolg van (…) letsel op het hoofd en samendrukkend en/of omsnoerend geweld om de hals en de nek’. Maar daarna is er een onderzoek gedaan door een klinisch geneticus en die zegt, dat een stofwisselingsziekte mogelijk de oorzaak is van de dood van het kind. Wie zich beide mogelijkheden voorstelt, wordt van links naar rechts gezwiept. Het is verleidelijk om te zeggen: we wachten het strafrechtelijk onderzoek af. De moeder en haar vriend zijn eerst in voorarrest genomen, maar zijn later vrijgelaten. Het is onzeker of er een strafvervolging tegen hen komt. Als de strafzaak tegen hen wordt doorgezet, dan kan het jaren duren voordat er een definitieve uitspraak is. De nieuwe baby kan daar niet op wachten. Zij is dan al lang bij de moeder, of ze is definitief gehecht in een pleeggezin. Er moet een beslissing genomen worden zonder dat er zekerheid is over de feiten.

Omstandigheden
Er is nog een ouder kind. Er waren bij instanties geen zorgen over het oudere kind. Deze omstandigheid toont volgens de moeder aan, dat zij in staat is om een kind op te voeden. De jeugdbescherming zegt, dat de moeder drie kinderen gekregen heeft van drie verschillende vaders en dat in de eerdere relaties sprake was van huiselijk geweld. Dit is volgens de jeugdbescherming extra reden om te kiezen voor uithuisplaatsing van de nieuwe baby, omdat niet zeker is, dat het thuis veilig is. Deze en andere omstandigheden kleuren het beeld, maar zeggen weinig over de vraag of het kind (mede) door de moeder is gedood.

Nog geen uithuisplaatsing
De gegevens over dit drama staan in een gepubliceerde uitspraak van het Hof Den Haag (RFR 2016/114). Het Hof besliste, dat er nog onvoldoende grond is voor een uithuisplaatsing, onder een aantal voorwaarden. De voorwaarden zijn: dat de moeder zich met het kind samen laat opnemen in een voorziening voor hulp en behandeling; dat zij samenwerkt met de gezinsvoogd, zodat die de situatie adequaat in kaart kan brengen en kan volgen; dat de moeder meewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek en aan eventuele hulp voor haarzelf die op basis daarvan geadviseerd wordt. Tenslotte wijst het Hof erop, dat de jeugdbescherming zo nodig een spoedmachtiging uithuisplaatsing kan vragen, als niet aan de voorwaarden wordt voldaan.

Moeilijke beslissing
Dit is de moeilijkste beslissing voor hulpverleners, jeugdbeschermers en rechters. Het gaat over de ergste bedreiging voor een kind en het is onzeker of die bedreiging werkelijk aanwezig is. Als niet wordt ingegrepen en de moeder heeft haar eerdere kind wel gedood, dan kan er ook voor het nieuwe kind een groot gevaar dreigen. Maar als wel wordt ingegrepen en de moeder heeft haar kind niet gedood, dan doen de instanties zowel de moeder als de nieuwe baby ernstig onrecht.

Kunnen we de onzekerheid verdragen?
De beslissing stelt mij niet helemaal gerust. Welke toekomst heeft dit kind? De omgekeerde beslissing zou bij mij ook knagen. Stel, dat het kind is overleden door een ziekte en de samenleving vervolgens de nieuwe baby weghaalt bij haar moeder…
Het is moeilijk te verdragen. Ik vraag me af hoeveel van de tijd, het geld en de energie die tegenwoordig wordt gestoken in discussies over meldcodes en -plicht, protocollen en richtlijnen, wordt gedreven door het onvermogen om te accepteren, dat we vaak niet kunnen weten wat het beste is voor het kind. Uiteraard moeten we blijven praten over de wet, het stelsel en over hoeveel tijd een hulpverlener heeft voor een gezin. Maar we moeten onder ogen zien, dat hulpverleners, jeugdbeschermers en rechters moeten beslissen in onzekerheid en soms stap voor stap moeten gaan.

Verder praten?
Adri van Montfoort praat graag met u verder! Laat een bericht achter.

Categorie:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *