vanmontfoort
Van Montfoort
Houttuinlaan 4
3447 GM Woerden
Tel: 0348-481200
Fax: 0348-481499
 
Training Kindermishandeling: signalering en gespreksvoering

Voor leidinggevenden in de kinderopvang 

Jaarlijks worden in Nederland veel kinderen mishandeld. Recente onderzoeken noemen aantallen  van 107.00 tot 160.000 per jaar. Emotionele en fysieke verwaarlozing,  seksueel, emotioneel en fysiek geweld zijn vormen van mishandeling en ook  het  getuige zijn van geweld door kinderen (huiselijk geweld) wordt opgevat als een vorm van kindermishandeling.
Kindermishandeling is een ingrijpende en negatieve ervaring die levenslange littekens kan achterlaten. Allerlei problemen blijken zich in het latere leven van mishandelde kinderen vaker voor te doen: psychische en gedragsstoornissen, relatieproblemen, huiselijk geweld, criminaliteit, zwerfgedrag, verslaving, thuisloosheid, het mishandelen van eigen kinderen en een aantal  levensbedreigende ziekten.  

Het Internationale Verdrag van het Kind zegt dat het signaleren van (dreigende) problemen van gezinnen en kinderen tot de kerntaken behoort van alle professionals die met kinderen en jongeren in aanraking komen. Nederland onderschrijft dit en inmiddels wordt kindermishandeling niet meer alleen gezien als een individueel (gezins)probleem, maar is het een maatschappelijk en politiek belangrijk onderwerp geworden. Dit heeft geleid tot een structurele en landelijke aanpak: de Regionale Aanpak Kindermishandeling (RAK).  De 35 RAK-regio’s moeten elk vorm geven aan een sluitende aanpak van kindermishandeling. Dit betekent dat iedere professional die met kinderen en ouders werkt signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld moet kunnen onderkennen, hierover kunnen en durven communiceren en hier adequaat in kunnen handelen. Ook moeten beroepskrachten weten wie ze moeten inschakelen zodat de juiste hulp gestart kan worden.  

Scholing van alle professionals die met kinderen en hun ouders in aanraking komen vormt een belangrijke pijler in de aanpak.  

Pedagogisch medewerkers zijn partner in de opvoeding en zien kinderen en hun ouders regelmatig. Dat biedt bij uitstek mogelijkheden voor preventie en signalering van risicovolle opvoedingssituaties. Op tijd signalen zien, de zorg bespreekbaar maken en samen met ouders de weg naar ondersteuning en hulp te zoeken, kan verergering van problemen voorkomen. Dat realiseren is de opdracht van professionals in kinderopvang en peuterspeelzaal. Leidinggevenden spelen hierin een cruciale rol.Preventie en signalering moeten deel uitmaken van het totale veiligheidsbeleid van de organisatie en door alle medewerkers  op ieder niveau van de organisatie gedragen worden. Er is een protocol, soms zijn pedagogisch medewerkers getraind en toch blijft het toepassen van de afgesproken procedures, echt actie ondernemen, een moeilijke opgave. Alle betrokkenen worden immers geconfronteerd met grote dilemma’s, lastige afwegingen en heftige emoties. Dit veroorzaakt onzekerheid en kan het handelen belemmeren.
Pedagogisch medewerkers leggen hun signalen van zorg voor aan hun leidinggevenden en verwachten ondersteuning en leiding. De dilemma’s blijven, maar door methodisch en planmatig handelen, kun je als leidinggevende er voor zorgen dat het proces zorgvuldig en tijdig doorlopen wordt. Dat betekent de signalen interpreteren en wegen in samenspraak met de pedagogisch medewerkers, gestructureerd beslissen en handelen d.w.z. vervolgstappen zetten.
De veiligheid van kinderen staat voorop. 

Algemene informatie 
Doelgroep
Leidinggevenden en/of (inhoudelijke) begeleiders in kinderopvang en/of het peuterspeelzaalwerk. 

Duur
4 dagdelen verspreid over 2 dagen.   

Groepsgrootte
12 deelnemers 

Kosten
€ 337,50 p.p.(niet BTW-plichtig) 

De training kan gecombineerd worden met de training voor medewerkers gebaseerd op de landelijke training preventie en aanpak kindermishandeling en  huiselijk geweld.  

Inhoud
De training besteedt veel aandacht aan bewustwording van emoties, grenzen en dilemma’s die voor alle betrokkenen onlosmakelijk aan het thema kindermishandeling verbonden zijn. Erkennen dat signalen van zorg op kindermishandeling kunnen wijzen, dit  benoemen en onder ogen zien, is voorwaarde voor een effectieve en adequate aanpak.
Signaleren en methodisch handelen en gestructureerd beslissen staan dag 1 centraal.
De meldcode, het protocol en de zorgstructuur van de eigen organisatie worden besproken. Kinderopvang en peuterspeelzaal bevinden zich niet in een vacuüm, samenwerken met ketenpartners en over muren heen kijken zijn voor de aanpak van kindermishandeling essentieel. We kijken naar de ketenpartners en het wettelijk en juridisch kader, waarbinnen moet worden samengewerkt.Handelen betekent ook altijd communiceren, met elkaar en met ketenpartners, maar vooral ook met ouders en kind. Dag 2 staat geheel in het teken van gespreksvoering. We oefenen basisvaardigheden en maken kennis met motiverende gesprekstechnieken. Hierbij wordt ook een trainingsacteur ingezet. Doel is in het gesprek zorgen concreet en feitelijk te leren benoemen en tegelijkertijd de relatie met ouders en kind te behouden.  

Leereffecten
De deelnemers zijn zich bewust van, kennen en begrijpen na afloop van de training:

  • de vormen, aard en omvang van kindermishandeling;
  • de basisprincipes van opvoeding en ontwikkeling en ouderschap;
  • het signaleringsproces en de rol die de eigen houding en emoties hierin spelen;
  • de eigen visie, emoties en grenzen t.a.v. opvoeding, ontwikkeling en ouderschap;
  • de eigen visie, emoties en grenzen t.a.v.  kindermishandeling;
  • de meldcode en de taak en verantwoordelijkheden van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk m.b.t. het signaleren en handelen bij vermoeden van kindermishandeling;
  • het protocol en de zorgstructuur van de eigen organisatie;
  • de eigen taak en verantwoordelijkheden m.b.t het signaleren en handelen bij vermoeden van kindermishandeling;
  • het wettelijk en juridisch kader rond privacy, dossiervorming en informatieoverdracht voor de eigen organisatie;
  • de lokale sociale kaart en lokale en regionale ketenpartners;
  • de taak en werkwijze van Bureau Jeugdzorg en AMK;
  • een aantal basisprincipes van communicatie;
  • de eigen communicatiestijl;
  • de theoretische basis van motiverende gespreksvoering (Motivational Interviewing). 

De deelnemers zijn na afloop van de training in staat:

  • de signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling te herkennen, interpreteren en te wegen (al dan niet in samenspraak met pedagogisch medewerkers) en een beslissing te nemen;
  • het proces van signaal naar handelen te bewaken en te begeleiden;
  • de zorgen en vermoedens te bespreken met ouders/verzorgers; 
  • advies te vragen aan en te verwijzen naar de sleutelfiguren in het Centrum voor Jeugd en Gezin (jeugdgezondheidszorg), het Zorg Advies Team (school) en Bureau Jeugdzorg (AMK);
  • de ouders/verzorgers te motiveren en te ondersteunen bij het zoeken naar hulp;
  • advies te vragen aan en een melding te doen bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling.

Informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Carla van der Zalm.
T. 0348 - 481200
E-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 
Deel deze pagina
extra-button-2Training Kindermishandeling: signalering en gespreksvoering